7
Tips voor chi kung beoefening buiten
Chi Kung 's avonds. Ergens in Overijssel, in het
bos. In de verte zakt de zon tussen de struiken. Ik sta. In
een chi kung houding. Net zo roerloos als de bomen om
me heen. Samen staan we stil. Samen luisteren we in
stilte.
Opeens: geritsel. Alleen m'n ogen bewegen en tasten het
duister af. Een wonderbaarlijk grijs wezen. Het hupt. 't Lijkt wel
een kangeroe. Mijn mond valt zowat open van verbazing.
Pas als het dier op een paar voet afstand rustig begint te
knabbelen, zie ik dat het een haas is. Een enorme
haas. Meneer of mevrouw heeft me helemaal niet
door. Ziet me waarschijnlijk voor een boom aan.
Nog grotere glimlach!
Zo gaat - of staat - het wel vaker.
Buiten in de natuur krijg je
meer frisse lucht dan binnenshuis. Groene kleuren werken rustgevend
en heilzaam. Wil je Chi Kung buiten beoefenen, heb je wellicht wat
aan deze tips.

1. Als de zon schijnt, ga dan
met je rug in de zon staan. Wij bleekscheten willen natuurlijk
graag bruin bakken, maar volgens de Chinese gezondheidsleer heeft
het lichaam vooral baat bij warmte op de rug. Dat ontspant je nek,
schouders en rug, en voedt o.a. je nierstreek. Bovendien voorkom je
zo dat je spanning in je ogen creëert doordat je je ogen dicht
knijpt tegen de zon.
2. Als het waait, zoek dan een
plek waar je uit de wind kunt staan. Wind brengt lucht in beweging.
En bewegende lucht veroorzaakt onrust in het lichaam. En kan je
vervelend doen afkoelen. Dus draag op z'n minst winddichte
kleding.
3. Als het regent of er door
mist veel vocht in de lucht zit, train dan binnen. Volgens de
klassieke chi kung literatuur is oefenen in vochtige, winderige
situaties niet bevorderlijk voor de gezondheid. Houd je in elk
geval je lichaam droog door goede, waterdichte, maar 'ademende'
kleding.
4. Zoek een plek uit waar je je
veilig voelt. Vaak voelt het instinctief prettig om iets in je rug
te hebben: een haag, muur, huis of iets dergelijks. En als je
overzicht hebt over wat er langskomt, schrik je ook niet als er
opeens mensen of dieren verschijnen.

5. Experimenteer eens met bomen
en struiken. Het liefst een altijd groene boom, of een mooie,
bloeiende struik. Die er gezond en sterk uitziet. En doe daar Chi
Kung. Ervaar of het je iets extra's geeft. Het gaat niet om 'praten
met bomen', maar om Chi Kung doen in de aanwezigheid van een sterke
boom. Hoe je dat precies doet, leer je uit het boek "Chi Kung
- The Way of Energy" van Lam Kam Chuen. Of tijdens een van de
lessen.
6. Zoek een plekje op waar
weinig of geen mensen langs komen. Hoe de mensen reageren, hangt af
van de plaats. In het Amsterdamse Vondelpark kijkt bijna niemand
ergens vreemd van op. Maar op andere plekken krijg je misschien wel
reacties. De meeste mensen weten trouwens niet goed wat ze zien,
àls ze je al zien. Als je beweegt, dan lijkt het een beetje op tai
chi, maar toch ook weer niet... En sta je langere tijd in een
stille houding, tja... Dan komen ze wel eens geïnteresseerd vragen
wat je daar uitspookt.
7. Zorg dat je een antwoord
hebt als je vragen krijgt. Heb je geen zin om te praten, zeg dan
dat je doet aan "chi kung, da's een soort tai chi". In het verleden
heb ik diverse malen met een mond vol tanden gestaan als men mij
vragen stelde. Ik wist het wel, maar meer met m'n lijf dan m'n
mond. In de toekomst neem ik een folder mee. Tot nu toe kreeg
ik overigens alleen maar leuke reacties.
|